Stichting OSO-Rotterdam is het overlegplatform van de Rotterdamse Senioren organisaties.

De volgende organisaties werken samen in de stichting OSO-Rotterdam

KBO (Katholieke Bond van Ouderen)

PCOB (Protestants Christelijk Ouderen Bond)

R.O.B. (Rotterdamse Ouderen Bond)

SOS (Stedelijk Overleg Senioren)

NOOM (Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten)

Het OSO-Rotterdam manifest 2018-2022 

Het Overleg Samenwerkende Ouderenorganisaties Rotterdam (Stichting OSO-Rotterdam), is een overlegplatform van de Rotterdamse afdelingen van de Protestants Christelijke Ouderen Bond (PCOB), de Katholieke Bond van Ouderen (KBO), de Rotterdamse Ouderen Bond (R.O.B), het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten (NOOM).

Het wil op het hele brede levensterrein van ouderen als volwaardige gesprekspartner functioneren voor politieke beleidsmakers en de politieke fracties in de gemeenteraad.

De stichting OSO-Rotterdam heeft als kerntaak de collectieve belangenbehartiging van senioren/ouderen in Rotterdam en bestaat volledig uit onbezoldigde vrijwilligers, zonder professionele ondersteuning (anders dan de landelijke overkoepeling) en wordt niet gesubsidieerd. Het heeft een achterban van ruim 15.000 leden en is van mening dat de georganiseerde ouderen gehoord moeten worden. Voor verdere informatie zie de website van de stichting OSO-Rotterdam www.osorotterdam.nl

De stichting OSO-Rotterdam pleit op basis van de ervaring in de afgelopen jaren, de verschillende beleidsterreinen en mede ingegeven door de grote diversiteit van ouderen in Rotterdam; voor één centraal gemeente- lijk aanspreekpunt voor ouderenbeleid.

Het ouderenbeleid moet gericht zijn op het samengaan van welzijn en zorg om daarmee de zorgverlening te verminderen. Dit houdt in dat de maatregelen als monitoring, signalering en advies op de gebieden wonen, welzijn, zorg, mobiliteit en participatie in hun samenhang moeten worden bezien, uitgaande van de individuele oudere. Op deze wijze kan het bij de introductie van de Wmo toegezegde maatwerk vorm krijgen.

 

Wij gaan in op de volgende punten:

  1. Wonen, woonomgeving en veiligheid
  2. Inkomen en welzijn
  3. Zorg
  4. Maatschappelijke participatie
  5. Vrijwilligers

 

1. Wonen, woonomgeving en veiligheid.

 

De gemeente Rotterdam heeft een woonvisie ontwikkeld waarin ouderen worden verwezen naar het programma Langer Thuis waarin wordt gesteld dat er voldoende geschikte woningen voor ouderen zijn. Veel als geschikt aangemerkte woningen worden echter niet door de primaire doelgroep bewoond of zijn nog niet voldoende geschikt.

De Rotterdamse wijken moeten voldoen aan de woonbehoeften van de 50-plussers.

Uit de projecten Langer Thuis en Voor Mekaar blijkt dat de behoeften per wijk verschillen. Voor ouderen met een laag inkomen (alleen AOW of een gekorte AOW) zijn betaalbare woningen schaars. De schaarste op de woningmarkt voor zowel koop- als huurwoningen leidt ertoe dat woningcorporaties en vastgoedorganisaties prioriteit geven aan het duurdere koop- en huurwoningensegment. De stad dreigt hiermee voor deze groep ouderen en jonge gezinnen met kinderen op slot te gaan. Voor ouderen die niet bedreven zijn in het omgaan met het internet is het ondoenlijk om een woning te vinden.

  1. De stichtinhg OSO-Rotterdam pleit ervoor om de behoefte per wijk als leidraad te nemen bij de investeringen in woning- bouw, zorg, duurzaamheid en energietransitie. Eenmaal goed investeren volgens een plan van aanpak is vele malen beter dan een lapwerk van kleine en grotere acties.
  2. Om een beter inzicht te krijgen in de woonwensen van ouderen moet hier een breed en duidelijk gemeentelijk onderzoek naar worden ingesteld.
  3. Kwetsbare ouderen die de regie in hun leven aan het verliezen zijn moeten ondersteund worden.
    Langer thuis blijven wonen kan door toepassing van e-health, domotica, moderne communicatiemiddelen bevorderd worden. Hierdoor kunnen de zorgkosten minder snel groeien, maar dan moet er wel worden geïnvesteerd.
  4. Ontwikkelingen op het gebied van e-health stimuleren in overleg met woningcorporaties en zorgverzekeraars om in de loop der tijd tot een realiseerbare aanpak te komen ook voor het bestand aan goedkope woningen.
  5. Voor de particuliere woningeigenaren is een informatiecentrum van belang, waarin deze toepassingen samen met ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid en energie transitie getoond worden.
  6. Wijkgerichte projecten gericht op langer thuis en opheffen eenzaamheid blijven1
  7. De openbare ruimte in de wijken moeten seniorgezond, veilig en goed toegankelijk zijn. Er zit een groot verschil tussen veiligheidsbeleving en de daadwerkelijke cijfers. Een oorzaak daarvan is dat met name ouderen zich ergeren aan een vuile, rommelige buitenruimte. De veiligheidsbeleving kan sterk
    worden verbeterd door ouderen voor te lichten waar zij deze ergernis kunnen melden. Door hen te instrueren in het gebruik van de telefoon (14010), Whatsapp en de Beter Buiten App kan de veiligheidsbeleving positiever worden. Intensivering van preventiebijeenkomsten veiligheid met politie en brandweer en de
    terugkeer van de huismeester in seniorencomplexen draagt hier ook aan bij.

 

2. Inkomen en welzijn

 

In Rotterdam zijn ongeveer 90.000 ouderen boven de 65 jaar, waarbij niet vergeten mag worden de grote groep oudere migranten. De inkomens van deze ouderen lopen sterk uiteen, van ouderen met een riante oudedagvoorziening tot ouderen met een onvolledige AOW en geen aanvullend pensioen. Volgens het SCP heeft 25% van de ouderen een eigen vermogen van € 6000,– of minder. Ouderen die tegen de armoedegrens aanzitten schamen zich hiervoor en zijn te trots om te bekennen dat ze het moeilijk hebben. Rotterdam telt 27.000 mensen met hoge schulden (gemiddeld 45.000) die alleen maar verder oplopen. De gemeente stuurt aan op zelfredzaamheid bij het oplossen van de schulden, maar dat verergert de problemen juist. Deurwaarders en incassobureaus moeten hierbij zoveel mogelijk worden uitgeschakeld.

Via de projecten “Langer Thuis” en “Voor mekaar” (eenzaamheidsbestrijding) is in de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan senioren en mensen met een beperking. Om langer thuis te kunnen blijven wonen en eenzaamheid te bestrijden zijn 5 pijlers benoemd. Het gaat om geschikte woningen, een vitaal net- werk, een toegankelijke wijk, heldere informatie en een gebiedsgerichte aanpak. De stichting OSO-Rotterdam benadrukt dat hierin een beter samengaan van langer thuis, zorg en welzijn tot stand moet komen om dit ook voor de lage inkomens tot een succes te maken.

  1. Zorg ervoor dat de ouderen zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen waar- door hun netwerk en vertrouwde hulp intact blijven.
  2. Het is nodig dat de grote publieke schuldeisers (o.a. Belastingdienst, Centraal Justitieel Incasso Bureau(CJIB), en de nutsbedrijven en woningcorporaties betalingsachterstanden signaleren aan een coördinatiepunt bij de gemeente. Hierna moet met de schuldenaren een sluitende aanpak worden afgesproken. Een belangrijk deel van de schuldenaren kan dat niet op eigen kracht en heeft een ruggensteun nodig om uit hun misère te komen. Deurwaarders en incassobureaus moeten voor de tijd dat een plan van aanpak wordt gemaakt uitgeschakeld worden door wijkteam of kredietbank; volgens het ingediende wetsontwerp van ex-staatssecretaris Kleingeld.
  3. Het samengaan van zorg en welzijn zorgt ervoor dat een beroep op de zorg kan worden uitgesteld. Hierdoor worden de financiële lasten van de overheid bij het overgrote deel van ouderen, die nog goed functioneren, verminderd en wellicht naar een later tijdstip verschoven. Voor dit laatste is nog te weinig aandacht.
  4. Financiële uitbuiting en ouderenmishandeling komen vaak voor, maar worden zelden gemeld. Hiervoor aan senioren preventieve voorlichting geven. Voorts artsen, notarissen en hulpverlening oproepen hierop attent te zijn en te signaleren naar het wijkteam.
  5. Ongewenste effecten van de aanbestedingen bij gebiedsgericht inkopen van welzijn producten moeten worden voorkomen. Creatief omgaan met de budgetruimte door gebruik te maken van reeds in de wijk aanwezige acties en projecten. Aanbesteden over een langere periode om negatieve korte termijneffecten (snelle wisseling van professionals) te voorkomen.
  6. Er moet afgerekend worden op resultaat, in de geest van “Wij willen waar voor ons geld “.

 

3. Zorg

 

Volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Wet Langdurige Zorg (WLZ) moet de ondersteuning, die de individuele oudere nodig heeft om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen,uitgangspunt zijn bij het treffen van maatregelen. Om dit succesvol aan te pakken en te voorkomen dat deze oudere zich een speelbal voelt tussen de betrokken organisaties is een beter samengaan en samenwerken in de gebieden van zorg- en welzijn van groot belang.

De stichting OSO-Rotterdam benadrukt dat het overgrote deel van de ouderen vitaal is en niet zorgbehoevend en is van mening dat in het programma Langer Thuis de relatie met de zorg onvoldoende tot uiting komt.

Wij adviseren voor de lange termijn om de woonvisie te integreren met het zorgbeleid in een woon-zorg- visie.

  1. Zorg voor een efficiënte samenwerking tussen de verschillende zorg- en welzijn organisaties te beginnen bij gezondheidscentra (huisartsen en wijkverpleegkundigen), VraagWijzer en Wijkteam.
  2. Stel de cliënt en zijn zorgvraag centraal en niet de eigen organisatie.
  3. Ouderen voelen zich buiten gesloten door dat informatie over veranderingen en bezuinigingen in de zorg hen niet bereikt, bijv. doordat zij geen toegang tot de digitale wereld hebben. Zij worden hier angstig en onzeker van. Kijk per wijk hoe de hier wonende ouderen het beste kunnen worden geïnformeerd.
  4. Wat is er nodig in de gebieden, nu en in de toekomst aan verpleegopvang, langer thuis met veel thuis- zorg, maar ook als dit niet langer verantwoord is. Ook de tijdelijke opvang moet hier onderdeel van uit- maken ter ontlasting van de ziekenhuizen.
  5. De overheid vraagt meer inzet van de directe omgeving van hulpverleners, maar moet er dan ook voor zorgen dat mantelzorgers betrokken worden in de gesprekken over hulpvragen. Zwaarbelaste mantelzorgers worden ondersteund met goede dagopvang en respijtzorg in de gebieden.
  6. De gemeente stelt in haar beleid dat signalering op mogelijke noodzaak van zorg en misbruik van gemeenschapsvoorzieningen wordt verbeterd. De stichting OSO Rotterdam is benieuwd op welke wijze deze signa- lering door hulpverleners, nutsbedrijven, corporaties, zorg- en welzijn instellingen uitgewerkt.
  7. VraagWijzer en wijkteam moeten ook telefonisch direct toegankelijk zijn, Zij moeten kwalitatief ver- beteren, laagdrempelig zijn, uitgerust met deskundigen met doorzettingsmacht; die de vraag van de cliënt na interne afstemming tussen alle betrokken instanties afhandelen. Eén loket voor de cliënt.
  8. De huisbezoeken aan 75-plussers moeten voortgezet worden en bij het signaleren van een acuut probleem tot directe actie leiden.
  9. Geen verschraling van de zorg door de inzet van goedkope schoonmaakkrachten en het verdwijnen van de vertrouwde hulp en daarmede ook de signalerende functie
  10. Werken in de ouderzorg is niet populair onder jongeren en er dreigt een tekort te ontstaan aan wijk- verpleegkundigen en ouderen verzorgenden. De gemeente moet de opleidingsinstituten ondersteunen. De stichting OSO-Rotterdam kan hieraan een bijdrage leveren. Ook moet benadrukt worden dat kiezen voor deze op- leidingen geen “lifetime employment” inhoudt, maar dat in een later fase overgestapt kan worden naar andere gebieden van de zorg.
    3.11 Voor dementerenden die een indicatie hebben voor opname in een verpleeghuis of daarvoor inge- schreven staan, kan door de scheiding van de 3 zorgwetten een zogenaamde zorgval optreden. Voor de tijd dat zij nog thuis verblijven treedt dan een vermindering van de verstrekte zorg op. De Gemeente Rot- terdammoet dit in het Wmo beleid aanpassen, opdat de verstrekte hulp op het zelfde niveau blijft.

 

4. Mobiliteit

 

Goed openbaar vervoer voor ouderen en mensen met een beperking moet sociaal veilig en voor iedereen toegankelijk zijn, met niet te grote loopafstand tussen woning en de halte. Dit draagt ook bij aan het voor- komen van sociaal isolement van ouderen en zorgt ervoor dat de gemiddelde gezondheidstoestand van ouderen toeneemt.

  1. De buitenruimte moet beter worden onderhouden om valincidenten en dergelijke te voorkomen.
  2. Prioriteit geven aan het strooien bij gladheid van de voetpaden, evenals de fietspaden, van de senioren- flats naar de winkels en ov-haltes.
  3. Voor goed gebruik van de openbare ruimten door de ouderen met een fysieke handicap, die gebruik ma- ken o.a. van rollators, scootmobiels en dergelijke, moeten trottoirs, oversteekplaatsen en fietspaden in goede staat zijn met goede op- en afritten.
  4. Voor de mobiliteit van kwetsbare ouderen en mensen met een beperking zijn goed Vervoer op Maat, Wijkvervoer en wijkbusjes belangrijk. Bij noodsituaties moet de voorrijtijd verkort kunnen worden.
  5. Gratis OV voor gepensioneerde ouderen moet blijven. Dit bevordert de mogelijkheden voor een actieve participatie, het voorkomen van eenzaamheid en bevordert de gezondheid van ouderen.
  6. De overgang bij de aanbesteding van het doelgroepenvervoer mag geen nadelige gevolgen hebben voor de mobiliteit van senioren/ouderen.

 

5. Maatschappelijke participatie

 

Voor ouderen is het belangrijk dat zij blijven deelnemen aan de maatschappij, daardoor moeten er duidelijke mogelijkheden gecreëerd worden voor participatie en ondersteuning.

  1. Informatie aan ouderen niet alleen via computer en/of moderne media. Er blijft altijd een aantal oude- ren over dat geen toegang hebben tot de digitale wereld en/of laaggeletterd zijn; persoonlijk contact met deze groep burgers voorkomt problemen
  2. In Rotterdam zijn in het maatschappelijk middenveld veel organisaties actief. Door efficiënter samen- werken, dus geen overlap, kunnen kosten worden bespaard
  3. Bevorderen dat leeftijdsdiscriminatie verdwijnt.
  4. Het aanbod in activiteiten voor ouderen moet goed zichtbaar en toegankelijk zijn, ook in de stille periodes van het jaar
  5. Bewegen door Ouderen bevorderen door het faciliteren van ruimten en het inspelen op de behoeften van ouderen
  6. Vermelding van activiteiten per wijk en meenemen in de 75 plus huisbezoeken. Het 65-plus magazine en de wijkgidsen regelmatig vernieuwen en voorzien van de nieuwste informatie
  7. Nieuwe technologische toepassingen gericht op het bevorderen van het langer thuis wonen eerst grondig uitwerken bijv. door het werken met testpanels, alvorens te beslissen over de inzet hiervan

 

6. Vrijwilligers

 

Vrijwilligerswerk moet vrijwilligerswerk blijven en geen vervanging zijn voor de inzet van professionals. De vrijwilligers moeten goed aangestuurd, ondersteund en gewaardeerd worden. Vrijwilligers vertegenwoordigen een grote maatschappelijk waarde en arbeidskracht.

  1. Overbelasting van huidige vrijwilligers dreigt en de toestroom van nieuwe vrijwilligers is moeizaam. Vrijwilligers werven wordt steeds meer een probleem en daarom moet het werven van vrijwilligers lokaal en centraal worden ingezet met een duidelijke link naar een centraal punt. De vrijwilliger kan zich centraal aanmelden, maar moet wel decentraal ingezet kunnen worden
  2. In de voorbereiding op de pensionering is het belangrijk om na te denken over de invulling van deze nieuwe levensfase. Vrijwilligerswerk biedt de mogelijkheid om kennis en levenservaring blijvend in te zetten voor de maatschappij. Werkgevers, te beginnen bij de gemeente Rotterdam, maken dat bespreek- baar met hun medewerkers en dragen zo bij aan het beschikbaar hebben van voldoende en gemotiveerde vrijwilligers.
  3. Door de terugtredende overheid is meer inzet van vrijwilligers nodig. Daartoe zijn training, facilitering, opleiding, en een vrijwilligers- en onkostenvergoeding noodzakelijk. De benodigde middelen hiervoor moeten worden aangegeven en benoemd.
  4. De inzet van vrijwilligers vindt plaats vanuit een veelheid van organisaties. Om deze inzet zo optimaal mogelijk te maken moet in Rotterdam de gemeente de regie nemen om betrokken maatschappelijke organisaties en diensten gebiedsgewijs efficiënt te laten gaan samenwerken. Zie bijv. de overlegstructuur van organisaties met vrijwilligers “Zinvol Actief” in Prins Alexander.